Teletask Center

Beveiliging zwakstroominstallaties

Veiligheid voor de informatietechniek.

Het uitvallen van telefoon, fax, computer of zelfs complexe computergestuurde installaties en machines is een onberekenbaar hoog risico. Meer dan 25% van alle schadegevallen in informatiesystemen worden door overspanningen ingevolge elektromagnetische invloeden veroorzaakt.

Bescherm uw informatiesystemen !

De snelle keuze van de beveiligingstoestellen volgens het coördinatiekenteken (KK)

Het spanningsbeveiligingsniveau Up van een overspanningsbeveiligingstoestel moet zo bemeten zijn, dat het onder de verstoringsgrens van het stroomafwaarts geschakeld informatietechnisch eindtoestel ligt.
In de praktijk is de verstoringsgrens van het betrokken eindtoestel echter dikwijls niet gekend. Daarom is een ander vergelijkingscriterium noodzakelijk.
In het kader van de elektromagnetische compatibiliteit (EMC) moeten elektrische en elektronische productiemiddelen een bepaalde weerstand tegen leidinggebonden stoorpulsen (surges) hebben. De eisen inzake weerstand tegen storingen en de beproevingsmethode zijn in EN 61000-4-5 (VDE 0847 Teil 5) beschreven.

Aangezien toestellen in verschillende elektromagnetische omgevingen worden toegepast, moeten ze ook aan verschillende weerstanden tegen storingen voldoen. De storingsvastheid van een apparaat wordt door de installatieklasse (1 - 4) bepaald. Installatieklasse 1 heeft de laagste storingsvastheid, installatieklasse 4 stelt de hoogste eisen inzake storingsvastheid van het eindtoestel. De installatieklasse is, in de regel, in de documentatie van het toestel vermeld of kan bij de fabrikant worden opgevraagd.

Een overspanningsbeveiligingstoestel moet leidinggebonden storingen tot een waarde begrenzen die binnen de storingsvastheid van het eindtoestel valt.


Het coördinatiekenteken (KK)



Het eerste cijfer (hier XX) geeft informatie over de energie die door de beveiliging kan verwerkt worden (doorlaatenergie). Het tweede cijfer (hier X) geeft informatie over de vereiste storingsvastheid van het nageschakelde apparatuur of de doorlaatenergie van de nageschakelde beveiliging.
Voor een storingsvrije werking moet de installatieklasse van het eindapparaat (vb. 3) hoger of gelijk zijn aan het testniveau vereist door de coördinatiekarakteristieken van de beveiliging (vb. 1, 2 of 3)

 Klik hier om de catalogus te downloaden